dinsdag 8 maart 2022

De dag die er was

Gisteren is een onbeschreven blad, zou je voorheen zeggen. Nu is het een datum die in mijn serie niet verschijnt. De dag moet er wel zijn geweest en ik was erbij. Wat dit betekent voor mijn format, het format van bladder dit, moeten we nog overdenken. Is dit een rooster, dan had ik een roostervrije dag. Het is meer een gevalletje van experiment, vermoed ik. Nu blijkt dat het format anders is dan ik kennelijk had gedacht.

Het is onzeker of de dag staat wanneer we hem niet markeren. Moeten we deze niet-markering opvatten als een speciaal soort markering? Dan zouden we kunnen zeggen: de dag is in zwijgen verzonken en mijn niet-blog blijkt uiterst adequaat. Kan ook zijn dat de dag niet is gemarkeerd, zelfs niet door een niet-markering. De dag kon eindelijk ademhalen, hij werd niet vastgepind met blogdwang.

Nu moet ik nog iets toevoegen aan deze overdenking van gisteren. Er is immers weer een dag, en die verdient evengoed of evenmin aandacht. Kan zijn dat mijn overdenking een manoeuvre was om je aandacht van twee dagen af te leiden. Denken we door over deze mogelijkheid, dan zegt dat misschien iets over al mijn blogs in deze serie. Het biedt me afleiding, afleiding van de vraag wat ik met deze dag moet, en wat deze dag met mij moet. En morgen is er weer een dag.

 

zondag 6 maart 2022

Escalatie

De stroom is weer op gang. Het is geen pretje om de dag te beginnen met een storing. Het moet een geval van kortsluiting zijn geweest, volgens Jorden van de stroommaatschappij. Wel weer prettig dat je meteen wordt geholpen, en dan nog wel zo vriendelijk. Ik zie alleen knoppen met streepjes, en ook nog of het horizontaal of verticaal is. Er moest een apparaat zijn geweest, aldus Jorden, dat de storing had veroorzaakt. En ja hoor, het was ons broodrooster waarover we nu definitief concludeerden dat die aan vervanging toe was.

Er zijn ergere dingen in de wereld, zou je nu kunnen zeggen. Het is geen pretje om je dag zonder geroosterd brood te beginnen. Maar ik kwam erachter dat ik nog onbevroren brood in de koelkast had liggen. Dus ik had die hele broodrooster niet nodig gehad. Zo werkt voortschrijdend inzicht, je weet achteraf wat je eerder had willen weten maar niet kon, of wel kon maar er gewoon niet op kwam. Ergere dingen zijn er, dat is wat ik wilde zeggen.

Het blijft onzeker of je je tot die ergere dingen kunt verhouden, en hoe dan. Helpt het om het kleine leed te zien als stap in de richting van het grote, of geeft het je een vals idee van meelevendheid? Je moet het zien als een ladder waar elke sport begaan wordt in beide richtingen. Er gaan zoals bekend engelen over de ladder, en daarom kunnen wij het ook. Als het erg is, kan het altijd nog een treetje hoger. Omlaag is wel moeilijker, de mens streeft omhoog.

zaterdag 5 maart 2022

Ik en de narcis

De narcis staat er goed bij. De mythe wil dat de narcis zijn kopje gebogen houdt om naar zichzelf te kijken. Zo ver buigt de narcis zijn hoofd niet, zie ik, hij kijkt naar voren, naar de andere narcissen, of weg. Misschien luistert hij, of spreekt hij. Zou hij ons een les leren en is dat dan de les van het narcisme? Dat zou wel mooi zijn, bloemen houden van mensen.

Omgekeerd houden wij ook van bloemen. Ik kijk graag naar de narcis, en hoef daarvoor niet eens naar buiten. Liefde kan samengaan met een raam ertussen. De vergankelijkheid deert me niet, we overleven elkaar, de narcis is ook een soort. Op rokend puin zal de narcis getuigen van een liefde die voorbijgaat aan de mens. Omdat we dat niet meer meemaken zullen we nu al houden van de herinneringen van de narcis.

De narcis is snel gekwetst. Ook daarom goed dat het raam ertussen staat als ik over hem praat. Het raam staat onze liefde dus niet in de weg. Integendeel, ik ga nu extra op mijn woorden passen (sowieso een goed ding), liefde is wel het minste wat ik kan zeggen. En ik zeg wel narcis, maar zou een narcis niet net zo mooi zijn als hij niet narcis heette? In de narcis zie ik mezelf, ik voel me verbonden met dit andere wezen en verbeeld me dat de narcis even naar binnen kijkt, waar ik op mijn bankje lig te bloggen.


vrijdag 4 maart 2022

Scheppingsformule

Je kunt wel degelijk iets scheppen, kijk maar naar een kunstenaar. Hij - ik heb het over Theo Jansen - vertelt dat hij moeilijk slaapt. Dan gaat hij kijken naar zijn strandbeest, en ziet hij ineens iets wat nog niet kon. Het ding ligt op zijn rug en dan beweegt er iets. Nu gaat de schepper aan het werk. Hij zit heel lang achter zijn computer die een formule voor hem berekent. De poten moeten precies lang genoeg zijn en er is nog meer met die constructie. Hoe dan ook, de formule moet precies volgens die onvoorziene beweging.

Zo moet ook ons wakker worden niet volgen op een oproep van de schepper. We houden ons slapend dood, heel precies volgens het beest van Jansen, en dan beweegt er weer wat. Ons werk stemmen we af op deze beweging, en wel heel precies, zoals alleen een computer dat kan. Op den duur wordt ons wakker worden zelf het beest dat blijft lopen en gaat het ons voor de wind. Zo waken we met de heer.

Had hij immers niet zelf gezegd dat de geest gewillig is maar het vlees zwak? Kom jongens, het is de bedoeling dat ook het vlees gewillig is. De oproep om te ontwaken moet niet nodig zijn, wakker als we zijn. Met onze gebreken dienen we de heer. Vertrouw erop dat een heel precieze formule ten grondslag ligt aan ons nachtse waken. Ons vloeken is gebed, verwar het niet met een oproep. Heeft de heer niet laten zien dat hij zelf dienaar is? Als hij ons wakker maakt hebben wij hem opdracht gegeven. Wij, dus de heel precieze formule.

donderdag 3 maart 2022

Rachmaninov

Door het raam hoor ik de snelweg, maar dan zachtjes. Zo krijg ik toch nog iets mee van wat er gebeurt. Als ik naar buiten kijk zie ik de mussen en een enkele merel. Ze zoeken constant naar eten, altijd superkleine stukjes tegelijk, en daarna poetsen ze hun snavels aan het hek. Nu, begin maart, is het erop of eronder. Als de merels gaan zitten fluiten merk ik dat ze ook nog energie hebben voor de toekomst, en wat voor een. De mannenmussen bestrijden hun rivalen.

Ik kan niet goed zien hoe mijn regels op hen lijken. Misschien is een raam toch net iets anders dan een scherm. Er zit toekomst in mijn woorden, het kan zijn dat ik die pas hoor als ik minder tuur. Het moet gewoon allemaal wat zachter, het klinkt zo keihard als er geen raam was. Dat zijn de regels van wat we zo vaak poëzie noemen, waar de woorden omgeven zijn door stilte en wit, waarvan die woorden vast iets meekrijgen.

Kan ik van de snelweg houden als hij versmelt tot een toonhoogte die licht varieert met opkomende vlaagjes van eronder en erboven? Als het gebulder door de oostenwind gedragen mij licht verheven toezingt? Neem bijvoorbeeld Russische muziek. De passies doorklieven hemel en hel, ertussen die muur die alles bedekt. Ik kan ervan huilen en trek dit klankbed over me heen. Russische muziek is het raam waarachter slaap en dood verbroederen.


woensdag 2 maart 2022

Koffie zonder suiker

We worden wakker in een gevangenis. Het is hier aangenaam, maar er is geen suiker, en dan zeg ik liever geen koffie dan bittere koffie. Hoe zijn we hier in godsnaam terecht gekomen? Het was achteraf heel eenvoudig. Vakantie, je wil er eens uit, en al zoekend kom je bij een hotel dat een gevangenis was. Vanuit het raam zie ik het celblok van de andere vleugel, en op de binnenplaats wordt nog gerookt.

We zijn ons er goed van bewust dat dit een metafoor is. Waar ik hotel zei bedoelde ik Europa, en we zijn blij dat we ontsnapt zijn uit de eeuw van onze vaders. Met bittere koffie bedoel ik de ongemakken die ons dagelijks teisteren, maar ik kan goed leven met even geen koffie. Goed beschouwd is dit een leven dat ik iedereen wel toewens.

Elke metafoor is grondeloos. Dat weten we en daarom houden we de beweging van de metafoor gaande. We zeggen dat we dit anderen toewensen, maar nu zeggen de mensen van buiten zelf dat ze hier graag komen. En nu zeggen ze dat we moeten laten zien dat we het goede Europa zijn. Het krijgt nu zoveel gewicht dat grapjes maken ongepast aanvoelt. De metafoor wordt nu ons raam waardoor we zien wat er aan de hand is. Nu klappen we nog, maar er komt een tijd voor vloeken en bidden.

dinsdag 1 maart 2022

Uit de mijnstreek

Het meeste heb ik van horen zeggen. Meestal lees ik het, maar dan gaat het toch om de stem die erin doorklinkt, of de stemmen. De meeste werken zijn mijnen waar ik iets delf en gebruik als grondstof. Bewerken is mijn ding om er dingen uit te krijgen als warmte of glans. Het is dus wel iets als commentaar, daar kun je het mee vergelijken, maar dan met minder binding aan alles van die ideeën. Het iets doet er meer toe dan het alles. Het iets is in zekere zin dat alles, maar dat moet in de bewerking ook maar blijken.

Om die lijn te trekken tussen iets en de rest leg ik dingen vaak naast elkaar en trek ik er een lijn tussen. Dan zie ik ineens iets, iets wat ik nog niet eerder gezien had. Kijk, daar is het me eigenlijk om te doen, om iets te leren. Het gaat om lessen, en kennelijk was er dorst. Of met dat lessen kwam de dorst op gang, of denk ik dat er zoiets als dorst geweest moet zijn. Zou die dorst dan het iets zijn dat ik heb gevonden, denk ik soms.

Het is de vraag of ik iets wil weten. Kennis hebben aan iets is niet altijd waar je iets aan hebt. Ik vergeet het ook zo gauw weer. Het is ook weer niet zo'n zoekproces, want het komt meestal wel naar boven. Het lijkt verdomme wel toveren. Ik hoef maar te gaan zitten en er komt iets. En het gaat weer. Zou dit soort tekstjes schrijven een manier zijn, vroeg ik me gisteren af, om met halfopen ogen te zitten en medelijdend te lachen? Dat is voor een (ex-)katholieke jongen wel moeilijk, want er zweven nog halo's en echo's om de dingen. Als het gaat is het net niet helemaal wat er gekomen was.

Licht verzet

Ik houd niet van bevelen. Zo te zien houd ik meer van een bekentenis. De vraag is of ik een goede titel had gekozen met bladder dit. Nu sta ...